Zwangerschap en studie

Stel; je volgt een opleiding en je bent zwanger, heb je dan recht op zwangerschapsverlof? Hoe is dat geregeld? En wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot onze lobby ten aanzien van een wettelijk recht op zwangerschapsverlof.

Studenten hebben geen wettelijk recht op zwangerschapsverlof.
Hoe onderwijsinstellingen hiermee om gaan verschilt per instelling, opleiding en per docent of begeleider. Dit maakt dat deze jonge vrouwen afhankelijk zijn van willekeur, wat hen uiterst kwetsbaar maakt. Het landelijk uitval percentage is onder studenten met kinderen in het MBO en HO dan ook hoger. 50% valt uit in het MBO en maar liefst 70% in het Hoger Onderwijs.
Er bestaat immers geen eenduidig beleid voor deze groep vrouwen noch een beschermend regelgevend kader waar wij al jaren voor pleiten. Ook de VVR (Vereniging Vrouw en Recht) schreef een brief naar de commissie OCW van de Tweede Kamer om hier aandacht voor te vragen.

Dat is wel nodig want de minister vergelijkt een regelgevend beschermend kader waarin een recht op zwangerschapsverlof is vast gelegd met studiefinanciering en een ov kaart. In haar antwoord op ons eerder schrijven geeft zij een aantal voorbeelden van hoe enkele MBO instellingen hiermee om gaan. Zoals een persoonlijk leerplan dan wel zwangerschapsovereenkomst, een ‘moederklas’ of andere alternatieven. Deze voorbeelden zijn versnipperend en verschillen dus per instelling en opleiding.
De voorbeelden zijn een kleine stap in de goede richting maar ook allerminst good practice voorbeelden:
Het betreft hier voorbeelden met een houdbaarheidsdatum omdat dit enkel toegepast wordt bij jonge moeders tot een bepaalde leeftijd. Of wel de voorbeelden zijn gericht op tienermoeders en zijn soms opgezet vanuit een andere invalshoek: hulpverlening.
De voorbeelden zijn overigens lang niet altijd instelling breed geïmplementeerd. Zo wordt de door de Minister genoemde ‘moederklas’ alleen geboden bij de Helpende Zorg en Welzijn opleiding niveau 2. De rest van de vrouwen kunnen het klaarblijkelijk zelf uitzoeken.
Een tienermoeder kan een studerende moeder zijn, maar een studerende moeder is niet per definitie ook een tienermoeder. Het gaat hier dan ook niet om een tienermoeder probleem. Overigens zijn schoolgaande tienermoeders niet per definitie allemaal probleemgevallen maar zo worden zij wel vaak gezien én benaderd.

Waar het hier om gaat is de toegankelijkheid en inrichting van het onderwijssysteem en om gelijke onderwijskansen voor alle vrouwen met (a.s.) kinderen. Daarbij mag niet uitmaken aan welke school de opleiding gevolgd wordt. Het krijgen van of het zorgen voor kinderen mag de onderwijskansen niet in de weg staan. Leeftijd mag hierbij geen rol spelen!
Bovendien, ad hoc oplossingen zijn inefficiënt en kosten ook nog eens onnodig tijd en geld.

De Minister verwijst in haar antwoord naar de mogelijkheid tot verlenging van de diplomatermijn in de Wet Studiefinanciering wanneer de student niet in staat is de opleiding binnen de diplomatermijn met goed gevolg af te ronden bij bijzondere omstandigheden. Maar zwangerschap en bevalling staat niet aangeduid als een bijzondere omstandigheid. Wat wel staat aangeduid is dat de Minister zelf op aanvraag van de student vaststelt of er sprake is van bijzondere omstandigheden of niet. Daarnaast beschrijft zij allerlei bezwaarprocedures indien de student het ergens niet mee eens is.

Onze ervaring is dat er maar weinig studerende moeders een procedure durven te starten, zij verkeren immers in een afhankelijke positie en het wordt de student niet altijd in dank afgenomen wanneer zij een procedure start. Bovendien zijn wij van mening dat studerende moeders zich niet bezig zouden moeten houden met allerlei bezwaar procedures maar zij  zouden zich moeten concentreren op hun studie..

Op deze manier blijft er sprake van ad hoc beleid en wordt er ook niet formeel geregeld dat álle vrouwelijke studenten zich kunnen beroepen op een recht op verlof voor zwangerschap en of bevalling.
Wat betreft het HO verondersteld de Minister dat er meer ruimte is voor het combineren met de zorg voor een kind vanwege meer ruimte voor zelfstudie. De Minister gaat hier echter voorbij aan bijvoorbeeld de 80 a 100% aanwezigheidsplicht die voor de nodige problemen kan zorgen bij zwangere studenten en studenten met een zorgplicht.
Ook verwijst zij naar het profileringsfonds, maar dit betreft enkel de mogelijkheid tot een financiële compensatie voor studenten in het Hoger Onderwijs.

Indien er sprake is van studievertraging als gevolg van zwangerschap en of bevalling kan de student zich beroepen op het profileringsfonds van de instelling via de decaan.
Dit biedt echter nog geen oplossing voor aanwezigheidsplicht of een aangepast dan wel flexibel studierooster.
Bovendien wordt lang niet iedere zwangere student gewezen op de mogelijkheid van het profileringsfonds. De financiële compensatie is bovendien niet met terugwerkende kracht aan te vragen dus juist, tijdig en goed informeren is hierbij van essentieel belang.

Overigens is het opvallend dat deze financiële compensatie enkel is vastgelegd voor het hoger onderwijs; HBO en WO en voor het MBO niet.
Gezien het uitvalpercentage onder studerende ouders in het mbo én ho is het in het belang van alle onderwijsinstellingen zelf dat er op iedere onderwijsinstelling goede afspraken vast gelegd worden rondom zwangerschap, bevalling, zorgplicht en absentie (ook bij een ziek kind!) en dat deze niet in strijd zijn met de gelijkebehandelingswetgeving.
Dit is dus niet bij iedere opleiding/ instelling het geval.
Eerder hebben wij een protocol en beleidsnotitie opgesteld bruikbaar voor mbo, hbo en wo instellingen.

Wij signaleren dat er binnen onderwijsinstellingen, HBO, WO maar vooral MBO instellingen, een gebrek lijkt te zijn rondom de gelijke behandelingswetgeving. Eveneens zit er een probleem in de manier waarop de Onderwijs en Examen Regeling (OER) wordt uitgelegd. Dit blijkt ook uit de vragen die wij ontvangen van begeleiders en docenten verbonden aan MBO en HO onderwijsinstellingen.
Wie, wanneer, waarvoor verantwoordelijk is, is soms volstrekt onduidelijk.

Hier kunnen wij echter duidelijk over zijn: het studiesucces evenals voortijdig schooluitval in het MBO én HO onder studerende moeders/ouders is een gedeelde verantwoordelijkheid; van zowel de student in kwestie, onderwijsinstelling en gemeente.

Tot in tegenstelling van topsport studenten waar wel (verplicht) beleid, faciliteiten, voorzieningen en extra begeleiding voor bestaat, houden MBO en HO onderwijsinstellingen maar weinig tot geen rekening met zwangerschap en zorgtaken van studerende ouders. Verwijzend naar eigen keuze en verantwoordelijkheid, dan wel eigen schuld. Om dezelfde reden wordt de vraag naar een aangepast of flexibel studierooster vanwege zwangerschap en of zorgtaken afgewezen dan wel genegeerd. Dit is echter geen objectieve rechtvaardiging voor het afwijzen dan wel negeren van een dergelijk verzoek. Men kan dus in bezwaar gaan.

In de gelijke behandelingswetgeving is geen recht opgenomen op zwangerschapsverlof, aangepast rooster en extra herkansing. Uit de (onderstaande) nationale en internationale verplichtingen blijkt; indien geen rekening wordt gehouden met zwangerschap evenals alleenstaande zorgplicht kan er wel degelijk sprake zijn van het maken van direct onderscheid, hetgeen conform wetgeving verboden is.
Hierover is meer duidelijkheid naar onderwijsinstellingen, DUO en gemeenten dan wel het RMC/VSV teams binnen de gemeenten noodzakelijk.

In samenwerking met de werkgroep sociaal en Europees recht van de VVR en College van de Rechten van de Mens hebben we een samenvatting gemaakt waarin de nationale en internationale verplichtingen en richtlijnen.

Relevante uitspraken:
‘Universiteit houdt onvoldoende rekening met zwangerschap student’
‘Advies inzake het combineren van co-schappen met zwangerschap en zorgtaken’
‘Student en politie medewerker krijgt geen studieverlenging wegens zwangerschap’

 

Reageren? Wil je mee denken of ook iets delen? Plaats het hier!